Herakles (geboren als Alkeides) of Hercules is een figuur uit de Griekse mythologie die ook voorkomt in andere oude geloven zoals het Berbers geloof. Hij was een Griekse heros, en werd beroemd om de twaalf moeilijke werken die hij uitvoerde in opdracht van koning Eurystheus. Herakles was een echte held, die door de combinatie van enorme kracht en een flinke dosis slimheid machtige daden kon verrichten.
Herakles was een zoon van de oppergod Zeus en Alkmene, een prinses die getrouwd was met Amphitryon. Zeus verleidde haar tijdens de afwezigheid van haar echtgenoot door zich als Amphitryon te vermommen, waarna zij een tweeling kreeg:
- Herakles, de zoon van Zeus;
- Iphikles, de zoon van Amphitryon.
De godin Hera was jaloers op het overspel van Zeus en zond twee slangen naar de wieg, die door het wonderkind Herakles tijdens het spelen gewurgd werden.
Zeus wilde dat Herakles het eeuwige leven zou verkrijgen, dus verzon hij een slinks plan: namelijk Herakles de melk van Hera laten drinken. Alleen merkte Hera het net op tijd en zorgde ze ervoor dat de melk werd gemorst. De gemorste melk vormde de Melkweg
Herakles trouwde met Megara en kreeg met haar drie zonen. Door toedoen van Hera werd hij op een dag door waanzin getroffen en vermoordde zijn kinderen. Om zichzelf te redden van de wraakgodinnen moest hij door bedrog van Hera in dienst treden van koning Eurystheus van Mykene en alle taken verrichten die hij opgedragen kreeg. In opdracht van Eurystheus moest Herakles tien onmenselijk zware werken verrichten (zonder beloning). Dat werden er uiteindelijk twaalf omdat hij, bij een van die werken (het doden van de Hydra) hulp had gekregen van iemand anders (volgens sommige bronnen Licymnius, volgens andere Iolaus), en voor een andere opdracht (het schoonmaken van de Augiasstal) betaald werd. Daardoor moest hij nog twee extra werken verrichten. De twaalf werken worden de dodekathlos genoemd.
- Het eerste werk dat hij moest verrichten, was het doden van de leeuw van Nemea (Nemea is een gebied gelegen tussen Argos en Korinthe). Dit dier kon niet verwond worden door pijlen of knots (de wapens die Herakles steeds bij zich droeg). Hij wurgde de leeuw ten slotte met zijn blote handen. Hij bracht hem naar zijn meester en probeerde hem te villen. De huid bleek bijna ondoordringbaar, waarop Herakles de klauwen van de leeuw gebruikte om hem van zijn huid te ontdoen. Later droeg Herakles altijd de ondoordringbare huid van deze leeuw als harnas. De kop van het dier werd zijn kap, de huid zijn mantel. Eurystheus was totaal overrompeld door het succes van Herakles. Van nu af gaf hij zelf geen opdrachten meer, maar liet dit over aan zijn herauten. Ook verbood hij Herakles om met zijn opdrachten terug te komen en, voor het geval dat hij toch terugkwam met zijn opdrachten, liet hij een grote ijzeren kruik maken waarin hij zich kon verstoppen als Herakles weer met een gevaarlijk beest terugkwam.
- Het doden van de Hydra van Lerna, de veelkoppige slang die in een moeras bij Argos (op de Peloponnesos) leefde. Zodra er een kop werd afgeslagen, groeiden er twee nieuwe aan. Herakles overwon de slang samen met zijn neefje (zoon van Ifikles) Iolaus. Telkens als er een kop werd afgeslagen, schroeiden zij met een brandende fakkel de wonden dicht. Herakles dompelde zijn pijlen in het giftige bloed van de Hydra; pijlen door hem afgeschoten zouden van nu af aan ongeneeslijke wonden veroorzaken. Deze opdracht werd afgekeurd, omdat Herakles hierbij hulp kreeg.
- Het vangen van een aan de godin Artemis gewijde hinde, de Hinde van Keryneia. Dit dier had een gouden gewei en koperen hoeven. Herakles moest het levend en wel naar Mykene brengen. De hinde was bovendien uitzonderlijk snel en de jacht op het dier kostte hem een vol jaar, waarbij hij heel Arkadië van noord naar zuid moest doorkruisen. Uiteindelijk slaagde hij er in de hinde te vangen met een net toen het dier haar dorst leste bij een meer.
- Het vangen van het Erymanthische zwijn, dat het gebied rondom de berg Erymanthos onveilig maakte, en dat - net als de hinde - levend naar Mykene brengen, bij koning Eurystheus. Herakles slaagde in zijn opdracht, doordat het dier in de sneeuw was weggezakt. Herakles bond met kettingen de poten van het beest vast en ging naar Mykene terug. De koning was zo bevreesd oog in oog te komen staan met het everzwijn dat hij zich verschool in een groot koperen vat dat hij in de grond had laten ingraven.
- Het schoonmaken van de stallen van Augias, een koning in Elis. Deze koning had 3000 runderen, waarvan de mest zich 30 jaar lang had opgehoopt in een stal. Herakles verrichtte deze taak in één dag door het water van twee rivieren (de Alpheos en de Peneos) door de stallen te laten stromen. Herakles vroeg daarvoor als beloning een tiende van het vee. Koning Augias onthield Herakles de beloning. Herakles ging naar de rechtbank en Phyleus, de zoon van Augias, gaf hem gelijk. Toen Augias dat hoorde verbande hij Phyleus en Herakles gelijk. Herakles keerde hierop terug en doodde uit wraak Augias, waarna Phyleus koning werd en Herakles zijn deel van de koeien gaf. Deze krachttoer leeft nog steeds voort in het Nederlands, want een 'Augiasstal' is een geweldige ophoping van vuil, in letterlijke of figuurlijke zin. Ook deze opdracht werd afgekeurd, omdat Herakles een beloning had gekregen en ook "hulp" had gekregen van de rivier.
- Het verjagen van de Stymphalische vogels. Deze leefden bij het Stymphalosmeer in Arkadië. De vogels hadden een bronzen bek, vleugels en klauwen. Ze aten mensenvlees en konden hun veren als pijlen afschieten. Toen Herakles in hun nabijheid kwam, lieten de vogels zich aanvankelijk niet zien, maar door te rammelen met twee bronzen kleppers wist hij ze uit hun holen te lokken. Hij slaagde erin het merendeel van de vogels te doden, met de giftige pijlen die hij had bemachtigd bij het verslaan van de hydra.
- De Stier van Kreta ophalen en overbrengen naar het vasteland. Deze stier was het eigendom van Minos, koning van Kreta, die de stier van Poseidon had gekregen als offerdier (zie ook Minotauros). In plaats van hem te offeren, hield Minos de stier voor zichzelf, waarop Poseidon het beest razend maakte en het een plaag werd voor het eiland. Herakles wist de stier te vangen en naar koning Eurystheus te brengen. Later zou deze de stier opnieuw loslaten, waarop hij opnieuw een plaag werd, nu voor de stad Marathon en omgeving. Daar zou hij ten slotte door de beroemde held van Attica, Theseus, worden gedood.
- Herakles moest de vleesetende paarden halen van Diomedes, een vorst in Thrakië die de paarden voedde met (mensen)vlees van zijn nietsvermoedende gasten. Herakles bezocht op weg naar Thrakië zijn vriend Admetos. Zodra hij vernam dat Admetos' echtgenote, Alkestis, vrijwillig de dood had gekozen in de plaats van haar man, wist hij haar aan de dood (Thanatos) te ontrukken. Daarna reisde hij verder naar Thrakië en gooide Diomedes als voer voor diens eigen mensenetende paarden. De paarden werden door Herakles getemd en naar Mykene gebracht. Daar werden ze vrijgelaten en uiteindelijk door wilde dieren gedood.
- Als negende opdracht moest Herakles de kostbare gordel halen van Hippolyte, de koningin van de Amazonen. De dochter van Eurystheus had haar vader om de gordel gevraagd. Toen Herakles bij Hippolyte aankwam en om de gordel vroeg, greep Hera in. Hera deed zich voor als Amazone en stookte de Amazones tegen Herakles op met het verhaal dat Herakles kwade bedoelingen had. Dit liep uit op een gevecht met Hippolyte. Herakles doodde haar en nam de wapengordel mee naar Mykene.
- In zijn tiende werk moest Herakles de kudde van Geryones, een drievormige reus, stelen. Herakles moest daarvoor naar een eiland genaamd Erytheia. Om bij het eiland te komen moest hij eerst door een woestijn. Op een gegeven moment was hij zo boos van de hitte in de woestijn dat hij besloot om een pijl naar de zon te schieten. Apollo, de god van de zon, bewonderde dat en gaf Herakles zijn wagen, waarin Heraklas vervolgens naar Erytheia reed. Daar aangekomen werd hij geconfronteerd met een hond met twee hoofden genaamd Orthus. Die doodde hij. Daarna kwam Eurytion de herder om Orthus te helpen en Herakles vermoordde hem ook. Toen Geryones dat hoorde, kwam hij gelijk in actie; drie speren en drie schilden dragend ging hij naar Herakles toe. Hij ontmoette hem bij de rivier de Anthemus, maar werd neergeschoten door een van de vergiftigde pijlen van Herakles. Herakles schoot zo hard dat hij alle drie de schilden doorboorde en Geryones doodde. Toen moest Herakles nog de kudde terugbrengen naar Eurystheus. In de Romeinse versie van het verhaal bracht hij de kudde naar de berg de Aventijn. De reus Cacus die daar leefde stal vervolgens een paar koeien van Herakles, die later langs de grot waar Cacus woonde kwam. Herakles hoorde koeien loeien en doodde Cacus. Daarna moest hij verder gaan, maar Hera stuurde een bepaald soort vlieg naar Herakles die de koeien ging opjagen en bijten, zodat ze woest werden en ze uit elkaar gingen. Toen hij ze weer samen had gehoed, moest hij door een rivier die net te doorwaden was, maar Hera pestte hem weer en liet het water stijgen. Herakles legde stenen neer, zodat de rivier weer ondiep genoeg was en ging snel met de kudde over dit stenen pad heen. Toen hij eindelijk aankwam bij Eurystheus, werden de koeien geofferd aan Hera.
- Na de tien werken had Herakles eigenlijk al klaar moeten zijn, maar Eurystheus vond dat het doden van de Hydra niet meetelde omdat hij daar hulp had gehad van Iolaus en dat het werk van de stallen van Augias ook niet gold omdat hij daarvoor betaald had gekregen en hulp had gekregen van de rivier. Als elfde werk moest Herakles de gouden appels van de Hesperiden roven. De Hesperiden waren volgens sommige bronnen dochters van Atlas. Zij bewaakten de tuin met de gouden appels die Gaia als huwelijksgeschenk aan Zeus en Hera had gegeven. De honderdkoppige draak Ladon hielp hen daarbij. Na vele omzwervingen bereikte Herakles ten slotte Atlas, een der Titanen, die het hemelgewelf moest torsen. Atlas pakte zelf de appels, toen Herakles zijn taak even overnam. Toen Atlas het hemelgewelf niet meer wilde overnemen, kreeg Herakles hem met een list zo ver om toch nog even het gewelf te torsen, waarna Herakles er snel met de appels vandoor ging. Herakles wijdde de appels aan de godin Pallas Athena. Deze gaf de gouden appels weer terug aan de Hesperiden. Tijdens deze reis bevrijdde Herakles tevens Prometheus. Hij was een titaan die voor straf aan een rots zat vastgeketend en iedere dag gemarteld werd door de adelaar Ethon die zijn lever uitpikte, die 's nachts steeds weer aangroeide.
- Het laatste werk was het ontvoeren van de driekoppige hellehond Cerberus uit de onderwereld. Herakles ging naar de ingang van de onderwereld in het zuiden van de Peloponnesos, bij Kaap Matapan. Van Hades mocht hij erin afdalen en Kerberos meenemen als hij geen gebruik maakte van wapens of Kerberos doodde. De ijzersterke handen van Herakles konden zelfs dit monster wurgen en grommend erkende het zijn meerdere in Herakles en volgde hem naar koning Eurystheus. Op zijn terugweg kon hij ook nog de held Theseus bevrijden uit de onderwereld. Bevend van angst verborg de koning zich in zijn koperen vat en durfde zich alleen vanuit deze positie van de overwinning van Herakles te overtuigen.