De god Ares is de zoon van Zeus en Hera. Volgens Homeros, is hij de noodlottige aanstichter van de bloedige strijd, een moordzuchtige krijger, die het hoogste genot vindt in wapengekletter en het aanrichten van een bloedbad, zich met vreugde in de vijandelijke rijen stort, en juicht bij het vallen van de verslagenen, bij de doodskreten van de stervenden en bij het aanschouwen van het met lijken bedekte slagveld.
Toch belichaamt Ares ook de deugden van oorlogsvoering. Homeros omschrijft Meriones, bijvoorbeeld, met de woorden “stoutmoedig als Ares”, “zo dapper als Ares en “als Ares zo snel. Nestor duidt de Griekse soldaten in een toespraak ook wel aan als “dienaars van Ares” Ook de epitheta die Homeros hanteert om Ares te beschrijven duiden op zijn krijgskundig vermogen. De meest voorkomende is ‘mannenverdelger’, maar daarnaast worden ook ‘met bloed bevlekte’ en ‘muurbestormer’ gebruikt.
Er wordt ook wel gezegd dat de oorlogen niet door Ares ontstaan, maar dat Ares er pas komt als ze al bezig zijn. Hoewel hij houdt van de bloedbaden, respecteert hij de regels.
Zijn geboorteplaats en ware huis werd aan de rand van de Griekse wereld gedacht, onder de barbaarse en oorlogszuchtige Thraciërs. Hij trok zich dan ook terug in Thracië, nadat hij samen met Aphrodite was betrapt in bed. De twee geliefden werden in het bed waarin zij de liefde bedreven door een listige val gevangen: het bed dat Hephaistos en zijn vrouw Aphrodite gewoonlijk deelden. Het bed werd met een, door Hephaistos gemaakt, net van ijzeren kettingen tegen het plafond geslingerd, waardoor zij in elkaar verstrengeld gevangen werden. Op deze wijze wist Hephaistos het overspel bekend te maken De schande deed Aphrodite en Ares vluchten van Olympos. Ares vertrok naar Thracië, en Aphrodite naar Paphos (Odyssee VIII 348-355.).
Hoewel Ares' half-zus Athena ook oorlogsgodheid is, is Athena de godin van de strategische oorlogsvoering terwijl Ares meer de god is van het onvoorspelbare geweld van de oorlog met al zijn mogelijke uitkomsten.