Holda is een Benelux godin en deze prachtige energie komt overeen met bijvoorbeeld Hera of Venus, maar dan met haar pure eigen magische energie die vooral gericht is op magie.
De godin wordt ook Herodias genoemd en haar volk kent men als ‘Holda’. (In latere teksten is dit de naam van de godin zelf en heet haar volk de ‘(un)holden’.) Deze vrouwen verlieten in de nacht hun huis door gesloten deuren en lieten hun slapende mannen achter. Dit deden zij door middel van ‘andere ledematen’ die door de duivel werden geleverd. Zij doodden, kookten en aten gedoopte mannen op, waarna zij hen weer schijnbaar tot leven lieten komen door ze te vullen met hout en stro. Zij zouden ook ‘s nachts in de lucht gevechten houden waarbij zij verwondingen opliepen en ook wonden toebrachten.
Binnen de school van de traditionele hekserij zijn er een handvol terugkerende godheden die verbonden zijn met de historische opeenvolging van de oorspronkelijke heksengodin; terugkerende namen zoals Diana, Herodias, Habondia, Frau Holda en andere helpen ons de etymologie van de oorspronkelijke godin te reconstrueren. Ik richt me over het algemeen op figuren die te vinden zijn in de folklore van de Britse Eilanden en Duitsland via het Heilige Roomse Rijk. "Holda" of Vrouw Holle is een Germaanse godin, vooral bekend uit de Scandinavische en Germaanse folklore. Ze wordt geassocieerd met de winter, de landbouw, en hekserij, en heeft verschillende rollen en attributen, zoals het leidende van een leger heksen en het checken of er voldoende vlas is gespind voor Yule
Sprookje beschrijving
Een weduwe heeft twee dochters, één is mooi en ijverig en de ander lui en lelijk. Ze houdt meer van de lelijke en laat de andere dochter al het werk doen. Het meisje zit elke dag bij een put te spinnen. Door het harde werken komt er bloed van haar handen aan de spoel. Als ze deze wil schoonmaken, omdat zij bang is dat ze zal worden bestraft, valt de spoel in de put. Ze duikt de spoel achterna en komt zo in een wonderland terecht. Er bloeien duizenden bloemen en er staat een oven vol met brood, dat roept om eruit gehaald te worden.
Het meisje haalt alle broden uit de oven en komt dan bij een boom vol appels. Ze haalt de appels van de boom door deze te schudden en komt dan bij een klein huisje, waar een oude vrouw naar buiten kijkt. Het meisje wordt bang van de grote tanden, maar de oude vrouw roept haar en zegt dat ze het goed zal hebben als ze bij haar blijft. Ze moet wel het bed van de oude vrouw netjes opmaken en flink uitschudden, zodat het op aarde sneeuwt.
Het meisje komt in dienst en doet tevreden haar werk, in ruil heeft zij ook een goed leven. Maar na een tijdje krijgt ze heimwee en ze vraagt of ze weer naar boven mag. De poort wordt voor haar geopend en als ze eronderdoor loopt, valt er een gouden regen omlaag. Vrouw Holle geeft haar nog de spoel terug en het meisje gaat naar huis. De haan begroet haar als gouden meisje en haar moeder en zuster ontvangen haar.
Als de moeder hoort hoe haar dochter aan rijkdom is gekomen, wil ze dat haar andere dochter dit ook overkomt. Het meisje gaat bij de put spinnen en prikt zichzelf aan een doornhaag om bloed tevoorschijn te halen. Zij komt in de wonderwereld voor dezelfde beproevingen te staan, maar wil ze niet uitvoeren. Ze wordt niet bang van de grote tanden van Vrouw Holle, omdat ze hier al over heeft gehoord. Als hulpje van Vrouw Holle voert ze alleen de eerste dag iets uit omdat ze nog aan de beloning denkt, maar daar blijft het bij. Ze wordt na een tijdje ontslagen en gaat met Vrouw Holle naar de poort en daar wordt ze overgoten met pek.